Huis van Elia

Geloofsverklaring

1 Schriftgedeelte

Wij geloven dat de Heilige Schrift, de boeken van het Oude en Nieuwe Testament, het onfeilbare, geïnspireerde Woord van God is en als zodanig de enige bron en norm van geloof en de uiteindelijke autoriteit in het leven van de kerk.

II Timótheüs 3:15-17, 1 Thessalonicenzen 2:13, II Petrus 1:21


2 Drieënig God

Wij geloven dat er slechts één ware God is, de eeuwige zelf-bestaande "IK BEN", de Schepper van het heelal en de Verlosser van de mensheid, die Zichzelf aan ons heeft getoond als een Drieënig wezen, de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest.

Deuteronomium 6:4, Exodus 3:14, Jesaja 43:10-11, Jesaja 48:16-17, Matthéüs 28:19, Lucas 3:22, Johannes 14:8-9, Handelingen 5:3-4, I Johannes 5:7


3 De Godheid van de Vader

Wij geloven dat:
Hij bekend is als de schepper en instandhouder van het heelal in het Oude Testament, maar door Jezus aan ons is geopenbaard als Vader in het Nieuwe Testament. Hij is een geest die oneindig, eeuwig en onveranderlijk is in Zijn persoon, en heilig en rechtvaardig in Zijn karakter.

Johannes 4:24

Hij wordt Vader voor allen die in geloof Jezus Christus ontvangen als hun Redder, en een geestelijke geboorte ervaren door het werk van de Heilige Geest.

Johannes 1:12, Johannes 3:5-7.

Als Vader kan Hij Zichzelf openbaren en gekend worden, verlangend naar gemeenschap met Zijn kinderen.

Johannes 14:23, Johannes 17:3, I Johannes 1:3.

Zijn liefde is zuiver, onpartijdig, en constant voor elk van Zijn kinderen.

I Johannes 4:16, Johannes 17:23, Romeinen 8:35-39.

Hij is genadig, goedgunstig en vrijgevig in Zijn omgang met Zijn kinderen, en bevestigt ons zoonschap door correctie.

II Corinthiërs 1:2-3, Hebreeën 12:6-8.

Liefdevol loopt Hij vooruit op en voorziet Hij in iedere nood van Zijn kinderen.

Matthéüs 6:31-34.

Hij geeft leven aan Zijn kinderen naar Zijn eigen natuur.

II Petrus 1:4.

Hij maakt Zichzelf bemind bij Zijn familie door hen uit te nodigen Hem aan te spreken met Abba Vader.

Romeinen 8:15.

Hij heeft een Koninkrijk en nodigt al Zijn kinderen uit om vrijuit te delen in Zijn Koninkrijk.

Matthéüs 6:9-13, Lucas 12:32.

Hij kijkt uit naar en zoekt Zijn verloren kinderen. Dit komt tot uitdrukking in Christus' eerste en tweede komst, en in de gelijkenis van verloren dingen.

Lucas 19:10, Lucas 15.


4 De Godheid van de Here Jezus Christus

Wij geloven dat:
Hij een Godheid is, deel van de Drieëenheid, de eeuwige Zoon van God van den beginne.

Johannes 1:1-5, 14, Colossenzen 2:6-10, Hebreeën 1:1-13.

Hij verliet de heerlijkheid van de Hemel en maakte Zichzelf zonder reputatie, nam de vorm aan van een dienstknecht, en werd geboren uit een maagd door de kracht van de Heilige Geest.

Jesaja 7:14, Matthéüs 1:23, Lucas 1:35 en Filippenzen 2:5-11.

Hij kwam om het verlorene te zoeken en te redden.

Matthéüs 10:6, 18:11, Lucas 4:18-19.

Hij leefde als een nederige dienstknecht, bekrachtigd door de Heilige Geest om "tekenen en wonderen" te doen.

Matthéüs 3:16, Lucas 4:18 en Handelingen 10:38.

Door Zijn dood baande Hij de enige weg voor de mens om met God verzoend te worden en gratis het geschenk van redding te ontvangen.

Romeinen 5:10-12, 18, Handelingen 4:12, II Corinthiërs 5:21, Efeziërs 1:7 en Colossenzen 1:14.

Hij werd lichamelijk opgewekt en Hij steeg op naar de Hemel en Hij doet nu voorbede voor de heiligen.

Lucas 24:1-7, Handelingen 1:9-11, I Corinthiërs 15:1-8, 20 en Hebreeën 7:25.

Hij komt voor de kerk en zal betrokken zijn in het oordeel over deze wereld met zijn werken.

Johannes 5:22, I Corinthiërs 15:51-58, I Thessalonicenzen 4:13-18 en II Petrus 3:7-15.

Hij is dezelfde gisteren, vandaag en voor altijd.

Hebreeën 13:8.


5 De Godheid van de Heilige Geest

Wij geloven dat:
De Heilige Geest is de derde persoon van de Drieëenheid, en Hij brengt iedere gelovige tot nieuw leven door oprecht berouw te bewerken met een reddend geloof in Jezus Christus als Redder.

Johannes 3:5-8, I Corinthiërs 6:11 en I Corinthiërs 12:3.

De Heilige Geest woont in iedere wedergeboren gelovige die daarbij begint te wandelen in gehoorzaamheid aan Jezus als Heer.

Romeinen 8:9-11.

De Heilige Geest rust God's mensen toe om uit te gaan naar alle Naties om te getuigen van de Here Jezus Christus.

Handelingen 1:8, 17:22-31.

Jezus Christus heeft beloofd om iedere wedergeboren Christen te dopen (bekrachtigen, zalven, vullen) met de kracht en gaven van de Heilige Geest, zodat het Lichaam van Christus op aarde toegerust is om de bovennatuurlijke bediening van Jezus voort te zetten.

Matthéüs 3:11, Lucas 24:49, Johannes 14:12, Handelingen 1:5,8, Handelingen 2:38-39 en I Corinthiërs 12:4-11.

We leven in een tijd van herstel, waarin Jezus Christus bedieningsgaven heeft gegeven aan de mensen die geleid worden door de Heilige Geest om ons in eenheid van het geloof te brengen met de rest van het Lichaam van Christus.

Efeziërs 4:11-13.


6 De Schepping, val en redding van de mens

Wij geloven dat:
De mens werd goed en oprecht geschapen naar het beeld en gelijkenis van God. De eerste mens, Adam, viel uit God's genade door ongehoorzaamheid, en hierdoor kwam de zonde in de wereld en door de zonde de dood. Adam's overtreding bracht niet alleen fysieke dood maar ook geestelijke dood. Door Adam's zonde en onze persoonlijke keuze zijn wij allemaal zondaren en voor eeuwig gescheiden van God.

Genesis 1:26-27, 2:17, 3:6-24, Romeinen 3:23, 5:12.

De enige hoop voor de mensheid om verlost en gered te worden uit de macht van zonde ligt in het vergoten bloed van de Here Jezus Christus.

Handelingen 4:12, Romeinen 5:8-13, Efeziërs 2:8.

God voorziet in redding als een gratis geschenk in Christus Jezus aan alle mensen, maar alleen diegenen, die dit geschenk van genade ontvangen door geloof, zijn gered.

Romeinen 6:23, Efeziërs 2:8-10.

Redding is een werk van de Heilige Geest, die het Woord van God neemt en toepast in het hart van de mens, zodat een ieder die met zijn mond belijdt dat Jezus Heer is en in zijn hart gelooft dat God Hem heeft opgewekt van de dood, behouden zal worden.

Romeinen 10:9-10.


7 Openbaring van Christus en zijn Kerk

Wij accepteren het volgende:

Een zichtbare manifestatie van de eenheid van het Lichaam van Christus wereldwijd, die tesamen met de Here Jezus Christus, de grote en goede Herder die Zijn leven heeft neergelegd voor Zijn schapen, "één kudde schapen met één herder" vormen.

Johannes 10:11,16, 17:20-23, Hebreeën 13:20.

De noodzaak voor iedere Christen om een persoonlijke ervaring te hebben met Jezus Christus als Redder en Heer, naast het hebben van een schriftuurlijke kennis van de reddingsleer.

Johannes 3:3-8 en Handelingen 4:10-12.

De kerk is het Lichaam van Christus, de verblijfplaats van de Heilige Geest, iedere gelovige die uit de Geest geboren is, is een integraal deel van de algemene samenkomst en Kerk van de eerstgeborenen die allen geregistreerd staan in de Hemel.

Efeziërs 1:22-23, 2:19-22, Hebreeën 12:23.

De noodzaak dat de kerk de wereld in wordt gezonden op een missie om getuige te zijn van de liefde van God door handelingen en spreken, door profetische bedieningen, door lijden en door bedieningen naar de minderbedeelden.

Matthéüs 5:13-16, Romeinen 8:17, I Petrus 2:21, I Corinthiërs 16:2, II Corinthiërs 8-9, Galaten 2:10.

Goddelijke genezing werd voorspeld in het Oude Testament en is gekoppeld aan het Evangelie in het Nieuwe Testament.

Exodus 15:23-26, Psalm 103:1-3, Jesaja 53:4-5, Matthéüs 8:16-17, Handelingen 5:16, Jacobus 5:14-16.

De beschikbaarheid van een persoonlijk Pinksteren voor alle Christenen vandaag de dag, met de doop in de Heilige Geest voor gelovigen die tot uitdrukking komt in het oorspronkelijke teken van het spreken in andere tongen, zoals geïnspireerd door de Heilige Geest. Tesamen met de Doop komt een inwonende kracht van een leven van dienstbaarheid en getuige zijn. Deze ervaring verschilt en komt na de ervaring van de wedergeboorte.

Lucas 24:49, Handelingen 1:8, 2:4, 8:12-17, 10:44-48, 19:1-6.

De beschikbaarheid en werking van alle gaven van de Heilige Geest zoals vermeld in het Nieuwe Testament en de noodzaak voor alle Christenen om die gaven te verlangen en ze uit te oefenen in onderwerping aan het leiderschap van de vijfvoudige gaven voor het algemeen belang.

I Corinthiërs 12:7-12, 28, I Corinthiërs 14:12.

De Kerk als functionerend lichaam met ieder lid bedienend met de door God gegeven gaven en genades, en niet een organisatie met lidmaatschap, waarvan de meesten toeschouwers zijn die willen dat professionelen het werk doen.

Romeinen 12:1-13.

Het herstel van de vijfvoudige bedieningen voor correct Nieuw-Testamentisch leiderschap (apostel, profeet, evangelist, pastor en leraar), en voor het toerusten van de heiligen tot dienstbetoon.

Efeziërs 4:11-16.

Het fundament van de Kerk is gelegd door de apostelen en profeten, terwijl Jezus Christus Zelf de hoeksteen is.

Efeziërs 2:20.

De Kerk als een gezamenlijk lichaam waardoor de mensheid God kan aanbidden in geest en in waarheid.

I Corinthiërs 12:13-14, Johannes 4:23-24.

Het potentieel en de noodzaak voor de kerk om geheiligd, heilig, en apartgezet te zijn van de wereld, de vrucht van de Heilige Geest te demonstreren en het beeld van Jezus Chrisus als het licht in een duistere wereld te reflecteren.

I Corinthiërs 6:11, II Corinthiërs 3:18, Galaten 5:22-23, Efeziërs 5:1-21, I Thessalonicenzen 5:23 en I Petrus 1:15-16.

De op handen zijnde tweede komst van Christus Jezus bij het afsluiten van de eeuw nu de Heilige Geest is uitgestort op alle vlees en de tekenen van het einde op alle vlakken worden vervuld.

Matthéüs 24, Handelingen 1:19-11, 2:17-21 en II Timótheüs 3:1-5.

Tienden en offerandes, de eerstelingen zijn heilig voor de Heer, het wordt verzameld voor het bouwen van God's huis en voor de uitbreiding van Zijn Koninkrijk. De bedieningsleiders leiden door voorbeeld in dit gebied.

Leviticus 27:30,32, Spreuken 3: 9-10, Maleachi 3:8-11, Hebreeën 7:1-2,5, I Kronieken 29:6-9, 12-17, Handelingen 5:2-4.